Maart 2014. Of ik interesse had in een 3-daagse persreis
naar Zuid-Afrika. Wel, maak er maar 1,5 week van! Pernod-Ricard, importeur van
de wijnen van het Afrikaanse KWV, organiseerde een perstrip naar de wijnlanden
van Stellenbosch, Paarl en Franschhoek. Coördinatie lag in de professionele
handen van Vinogusto. Zo trokken Eric Boschman, Marc Roisin, Denis Crèvecoeur
en ikzelf met de camera’s van Lionel en Christophe en de microfoon van Olivier,
naar Kaapstad. Het werd een eye-opening
trip
aan adembenemend tempo.

De eerste drie dagen maakten we kennis met de mensen achter
de merken KWV, Roodeberg en Laborie. Anneke en Izele ontvingen ons op hun
werkplek: het grote wijnbedrijf waar dagelijks 20 ton druiven werd aangebracht ter vinificatie.
Slapen is voor later, want de kuipen moesten leeg en weer gevuld, wijnen
gemaakt en te ruste gelegd, en dit elke dag van 5u ’s ochtends tot 22u ’s
avonds, van februari tot mei. We hadden de eer de “brut de cuve” te proeven
voor de Roodeberg Heritage bij Anneke, die haar wijnen die avond liet proeven
met een menu van Mainert, de Zuidafrikaanse winnaar van de “Masterchef” die
intussen exclusief in de keuken van Laborie/KWV werkt. Tussendoor ontvingen
marketing manager Charlene en maître de chai De Wet ons op hun werkdomeinen:
resp. het business epicentrum voor KWV en de wijngaarden in volle oogst bij
Paarl . De camera’s draaiden en Marc, Eric en ikzelf waren onze wijnminnende
zelf.

Vier dagen na aankomst keerden mijn compagnons de route huiswaarts. Ik trok alleen verder in Kaapstad
en Stellenbosch, met vol programma. Ontmoeting met Mullineux, degustatie in
Publik Wine Bar, bezoeken aan de domeinen Ernie Els, Kleine Zalze, Morgenhof,
Aaldering, Laibach en Kanonkop. En wat toeristen doen: kuieren in Kaapstad Long
Street, de Lion’s Head beklimmen, een namiddag zonnen op Clifton Beach. En wat
toeristen niet doen: de trein nemen van Kaapstad naar Stellenbosch, fietsen
naar de Stellenbosch’se wijngaarden. Zo ben ik dan ook.

En lijf vol impressies, een kop vol ervaring en een hart vol
openheid, terugkerend van Zuid-Afrika. Enkele analyses, op basis van die eerste
ervaring:

· * Er werken heel wat vrouwen in de wijnindustrie:
van aan de sorteertafel waar de oogst binnenkomst (“want mannen kunnen zich
niet urenlang concentreren”) tot wijnmaker in loondienst en tot hoofd van de
internationale business.

· * De blanken blijven de beslissingnemers; zij
richten een domein op, nemen zwart personeel in dienst, scholen zich en maken
buitenlandse werkreizen voor meer ervaring. Ik vroeg ernaar, waar ik een zwarte
domeinuitbater zou vinden. Nergens. Of wacht, er was ergens wel een
Zimbabwaanse vrouw die … maar die was er intussen waarschijnlijk ook mee gestopt.
Zwarten drinken bier en brandy, blanken nemen daar meer wijn tussen. De
wijncultuur zit grotendeels bij de blanken en de lokale consumptie bereikt dus
ook maar een deel van de bevolking.

· * Grote Zuid-Afrikaanse concerns experimenteren
met alle mogelijke internationale variëteiten. En stappen daar niet zomaar
vanaf, ook al voegt de Zuidafrikaanse toets niet bij aan de bestaande Europese
monovarietal fles. De Alvarinho bijvoorbeeld, laat die toch lekker op het
Iberische schiereiland gedijen…

· * Zowel grote concerns als kleine wijnbedrijven
kopen een percentage druiven op: bij de grote is dat 100%, bij de kleine
minstens 20%. Soms heb je de indruk dat het allemaal coöperatieven zijn…

·
Ik proefde er, ondanks de quasi onbestaande
regelgeving qua rendement en “verbeteringstechnieken”, volgende pareltjes: Klein
Constantia MCC en VND, Ernie Els Big Easy Chenin Blanc 2013, Beyerskloof
Pinotage 2011, KWV Cape Full Cream en Cape Tawny Solera, KWV Cathedral Cellar
Pinotage 2011, Morgenhof Brut Reserve 2008, Paul Kluwer Riesling 2011, Kleine
Zalze Pinot Noir 2011, Idiom Nebbiolo 2005, Newton-Johnson Pinot Noir 2012,
Fram Pinotage 2012, Kloofstreet Rouge 2012, Aaldering Pinotage 2010. En meer.
Om maar te zeggen…

//www.youtube.com/embed/caPilh3fMlw