Blog Image

De wijnwereld van Vicky

Kopbrekers en smaakspinsels

Wijnproeven is pure nostalgie. Wie heeft het me nog niet horen zeggen? Intussen is mijn mapje “hersenspinsels” ook nostalgisch geworden. Ik schrijf al langer dan ik aan mijn website viconsult.be sleutel, en ik laat de frustratie varen.
Veel over wijn nagedacht. Op onbekend terrein begeven. Wie wil, mag meevaren op deze stuimige wateren van eindeloze verbazing.
Over meevaren gesproken:
zie www.griekswijnlandschap.viconsult.be

Champagne : de echo’s van vochtige kelders

Champagne Posted on Thu, August 10, 2017 00:19:55

Schools, op een rijtje:

1. Juli 2015 : Unesco registreert de “Coteaux, Maisons et Caves de Champagne
op de werelderfgoedlijst.

2. Mei 2017 : masterclass “De troef
van Champagne-Ardenne: De perfectie Van Wijnmakers
” in de Franse Ambassade
in Brussel.

3. Juli 2017: bezoeken aan Mumm en
Perrier-Jouët op uitnodiging van Pernod-Ricard. Bezoeken aan Drappier,
Gremillet, Jean-Marc Seleque, Larmandier-Bernier.

Het is door het schrijven aan het
relaas van laatsgenoemde visites, dat ik doorheb dat een onverwachte rode draad
tussen de drie momenten zit.

Dus:

2. Op vraag van Champagne-Ardenne dacht
ik een masterclass over het Champagne-verhaal uit. Het moest informatief zijn
voor een professioneel publiek, met weetjes over vernieuwing en trends. Fijn.
Eerst wou ik weten waar “Champagne-Ardenne” voor stond, want de toeristische
dienst ervan noemt zich nog steeds naar de voormalige regio.* De promotie van
de champagne-beleving staat centraal in de activiteiten van Champagne-Ardenne,
maar evenzeer de herdenking van de wereldoorlogen en de impact op de streek.

3. Het bezoek aan de négociants Mumm en Perrier-Jouët bevatte
een wandeling door hun ondergrondse kelders in resp. Reims en Epernay. Tijdens
de eerste wereldoorlog werd de stad Reims voor 80% vernield door het Duitse
leger, dat zich een weg vocht naar Parijs. Reims overleefde dankzij het leven
dat ondergronds werd verdergezet. De caves herbergden tussen
’14-’18 hospitalen, scholen, legervoorraadplaatsen. Een deeltje van dat
ondergrondse erfgoed is nu de productie-eenheid van Mumm. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog gebruikte het Duitse leger de caves van Epernay
als cellen voor krijgsgevangenen. In de krijtgangen van Perrier-Jouët staan
de getuigenissen daarvan
in de muren gegrift.

1. Unesco zet de
doorslaggevende redenen voor de erkenning als werelderfgoed uiteen op
haar website. De “caves” in de “Coteaux, Maisons et Caves de Champagne” zoals die in juli 2015 door Unesco zijn
geregistreerd, hebben niet enkel hun sporen verdiend in het proces van
champagne vinificatie. Unesco geeft in de inleiding aan dat de erkenning van de
Coteaux, Maisons et Caves de Champagne” om de historische en
professionele champagne-productie gaat, dus worden de “caves
gemakkelijk louter als opslagplaats van rijpende champagnes en prise-de-mousse
etappe beschouwd. De erkenning van Unesco zou in mijn ogen meer om het lijf
moeten hebben, want zelfs vrouwen worden op hun technologische, historische,
netwerkende waarde geschat in de registratie van Unesco:

“The Champagne Hillsides, Houses and Cellars are the outcome of
expertise perfected over the generations, of exemplary inter-professional
organisation and of the protection of the appellation, as well as the
development of inter-cultural relations and social innovations over a long
period of time, which women also took part in..”

De studie van champagne brengt me tot belevenissen in Champagne, die belevenissen
van 3 generaties voor me tastbaar maken. Het begon allemaal met het boek
van Peter Doomen, nadien met
wat vragen over het ambassadeurschap van champagne, en hier zit ik over
wereldoorlogen na te denken. Waarom was mijn middelbare scholing daarover zo
krank?

*De administratieve regio
Champagne-Ardenne bestaat sinds 2016 niet meer (deze ging met Alsace en
Lorraine op in de nieuwe regio “Grand Est”) maar de naam werd wel behouden voor
de toeristische organisatie van Champagne en Ardennen.



Perrier-Jouët: La belle Belle Epoque

Champagne Posted on Thu, August 10, 2017 00:12:47

De ondergrondse kelders van Perrier-Jouët en het huis La
Belle Epoque zijn niet toegankelijk voor het publiek. Af en toe verblijven er
gasten, klanten, VIPs in het huis waar Art Deco en alle soorten decoratieve
kunst, over de laatste 200 jaar heen, het imago van de champagne met de
typische florale fles belichaamt. In het licht van de Unesco-beslissing,
bespreken de gemeente Epernay en eigenaar Pernod-Ricard hoe de splendeur van dit
“Art Deco Museum” toch een stukje publiek kan worden. Binnenkort wordt alvast
gestart met een degustatieruimte aan de ingang van de Château, dit is de
productiezone, aan de overkant van La Belle Epoque in de Avenue de Champagne.

Splendeur dekt de overweldigende
en onnavolgbare stijl van het huis niet. Artiesten wereldwijd hebben
bijgedragen aan het patrimonium dat het huis verzamelt, van “banaal”
huishoudmateriaal tot kunstuitvoeringen in de ondergrondse, koude kelders.
Uiteraard spruit het herkenbare imago van de flessen, vooral van de millésimés
en de Belle Epoque Limited Editions ook voort uit kunstzinnige interpretaties.

De eerste generatie champagnehuizen (Ruinart, Fourneaux en
Dubois die later resp. Taittinger en Roederer werden, en andere) vestigde zich
als négociants in de 18e eeuw strategisch in Reims en Epernay, nabij
waterwegen voor vlotte verscheping. Perrier-Jouët behoort tot de tweede
generatie, die in de 19e eeuw eerder als négociant-manipulant produceerden
in dezelfde twee steden. Ook voor hen was de nabijheid van de ondergrondse
kelders tot een waterweg van essentieel belang. De Marne in Epernay zorgde voor
afkoeling en vochtige kelders, een vervoersweg en een sluiproute tijdens de
twee Wereldoorlogen langs diezelfde kelders. In de ondergrondse gangen staan nu
nog wandtekeningen, oorlogsgraffiti en kribbels van ondergedoken inwoners en
gevangenen. Tijdens de tweede Wereldoorlog werden Italiaanse en Amerikaanse
soldaten door het Duitse leger in de ondergrondse gangen gevangen gehouden.

Het Belle Epoque verhaal van Perrier-Jouët inbeelden met
alle luxe en voorspoed die de elite in die tijd had, tegenover het verhaal van
de Amerikaanse H. Stephen die 40 jaar later in hun koude kelder opgesloten
zat… Vanuit de idee van eeuwigstromend
water is het minder contradictorisch dan gedacht.

Ik proefde, in de gietijzeren krulgemotiveerde stoel met
zicht op de oogverblindend mooie tuin van La Belle Epoque, de Blanc de Blancs
en de Belle Epoque 2007.

Blanc de Blancs brut bsa: aroma’s van het loof en de
blaadjes van witte bloesem, rauw, en een groenfruitige volle body. Feestelijk
lustig.

Belle Epoque 2007 (50% chardonnay GC, 45% pinot noir GC, 5% pinot meunier 1er Cru) : oudgoudkleurig, saffraan kruidig en vlezige hapklare
neus, spicy-gedroogde mango-verse nootjes in de mond. Stilstaan bij het razende
leven.



Mumm: Pinot qui chardonne, Chardonnay qui pinotte

Champagne Posted on Thu, August 10, 2017 00:05:24

Mumm komt nooit alleen: steeds met de afkorting G.H. (George
Hermann, zoon van een van de Duitse broers die zich in Reims vestigden als
négociants) en met het rode lint.

Toen G.H. het champagnehuis in 1852 overnam, was het bedrijf
Mumm niet enkel négociant. Het had in 1840 bezit genomen van een eerste eigen
perceel in Verzenay. G.H. had de gewoonte om flessen te bekleden met een
respectvol rood lint, om ze te verzenden naar verdienstelijke personen. De nog
grotere der aarde kregen een andere gespecialiseerde fles, met het opschrift
“Mumm, Champagne des Souverains”. Het lint werd het handelsmerk: de
legendarische Cordon Rouge zou op alle flessen worden gekleefd, nadien gedrukt,
en nu ook gegrift. De Grand Cordon kreeg in 2016 een gerestylde look. Het
ongekleurde diagonale lint van de Grand Cordon begeleidt de champagne vanaf de
tirage. Na de dégorgement krijgt het lint een karmijn gelakte kleur. De fles
zelf heeft een smallere hals en vertraagt daarmee het oxidatie proces.

Mumm heeft zoals alle (grote) champagnehuizen een
prestigieuze cuvée. Hun Cuvée R. Lalou eert sinds 1966 die andere
toonaangevende figuur in de geschiedenis van het huis: René Lalou die vanaf het
interbellum tot aan zijn dood in 1973 de productie en de commercialisatie aan
de gang hield. Een buitenbeentje is deze fles: uitsluitend millésimé en manuele
remuage, gemaakt van druiven die enkel afkomstig zijn van 12 lieu-dits met
Grand Cru status in Verzy, Verzennay, Ambonnay (voor de pinot noir) en Cramant
en Avize (voor chardonnay). De meest recente Cuvée R. Lalou op de markt is
2002, na ruim 10 jaar sur lie. Slechts 6 percelen werden weerhouden. Het
verbaast niet dat bij de overhandiging van de fles wordt aangeraden “bij de
degustatie een mooie maaltijd en uitmuntend gezelschap te genieten”.

Alle flessen liggen te rijpen in de Galérie des Champs
Elysées, zoals de ondergrondse gangen worden genoemd. De 400m in het bezit van
Mumm is een mierennest van dagelijkse activiteit en voor gewone stervelingen
niet toegankelijk. Toch een glimps op de foto’s ?

Mumm zit niet stil met stijlaanpassing of beperkte oplagen
voor telkens een nieuw publiek. Ik proefde twee schitterende Réserve champagnes:
de RSRV Blanc de Blancs en de RSRV Blanc de Noirs. Beide zijn millésimé en
reservewijnen van de Grand Cru producties, pas op de markt en kunnen enkel via
Pernod Ricard aangekocht worden.

RSRV Blanc de
Blancs Grand Cru 2012. Brut, malolactisch niet totaal uitgefermenteerd,
36 maanden sur lie, minder suiker in de dosage dus lagere druk in de fles en
“demi-mousse”. Gerookt en nat-stenige
neus, floraal-muntig-drop in de mond. Indrukwekkend.

RSRV Blanc de Noirs Grand Cru 2008. Brut, alle druiven uit
Verzenay. Gewone moussevorming, natte ondergrond-petroleum-gom in de neus,
licht drogende bitters-gerookte toetsen op de tong. Een weinig evolutie voor
wat een excellent jaar voor champagne was.

De titel van dit stukje heeft trouwens betrekking op de quote
van Sebastien Lebon bij de twee excellente RSRV van Mumm. De man verdient voor
zijn uitvoering van hospitality zijn eigen cordon rouge.