De ondergrondse kelders van Perrier-Jouët en het huis La
Belle Epoque zijn niet toegankelijk voor het publiek. Af en toe verblijven er
gasten, klanten, VIPs in het huis waar Art Deco en alle soorten decoratieve
kunst, over de laatste 200 jaar heen, het imago van de champagne met de
typische florale fles belichaamt. In het licht van de Unesco-beslissing,
bespreken de gemeente Epernay en eigenaar Pernod-Ricard hoe de splendeur van dit
“Art Deco Museum” toch een stukje publiek kan worden. Binnenkort wordt alvast
gestart met een degustatieruimte aan de ingang van de Château, dit is de
productiezone, aan de overkant van La Belle Epoque in de Avenue de Champagne.

Splendeur dekt de overweldigende
en onnavolgbare stijl van het huis niet. Artiesten wereldwijd hebben
bijgedragen aan het patrimonium dat het huis verzamelt, van “banaal”
huishoudmateriaal tot kunstuitvoeringen in de ondergrondse, koude kelders.
Uiteraard spruit het herkenbare imago van de flessen, vooral van de millésimés
en de Belle Epoque Limited Editions ook voort uit kunstzinnige interpretaties.

De eerste generatie champagnehuizen (Ruinart, Fourneaux en
Dubois die later resp. Taittinger en Roederer werden, en andere) vestigde zich
als négociants in de 18e eeuw strategisch in Reims en Epernay, nabij
waterwegen voor vlotte verscheping. Perrier-Jouët behoort tot de tweede
generatie, die in de 19e eeuw eerder als négociant-manipulant produceerden
in dezelfde twee steden. Ook voor hen was de nabijheid van de ondergrondse
kelders tot een waterweg van essentieel belang. De Marne in Epernay zorgde voor
afkoeling en vochtige kelders, een vervoersweg en een sluiproute tijdens de
twee Wereldoorlogen langs diezelfde kelders. In de ondergrondse gangen staan nu
nog wandtekeningen, oorlogsgraffiti en kribbels van ondergedoken inwoners en
gevangenen. Tijdens de tweede Wereldoorlog werden Italiaanse en Amerikaanse
soldaten door het Duitse leger in de ondergrondse gangen gevangen gehouden.

Het Belle Epoque verhaal van Perrier-Jouët inbeelden met
alle luxe en voorspoed die de elite in die tijd had, tegenover het verhaal van
de Amerikaanse H. Stephen die 40 jaar later in hun koude kelder opgesloten
zat… Vanuit de idee van eeuwigstromend
water is het minder contradictorisch dan gedacht.

Ik proefde, in de gietijzeren krulgemotiveerde stoel met
zicht op de oogverblindend mooie tuin van La Belle Epoque, de Blanc de Blancs
en de Belle Epoque 2007.

Blanc de Blancs brut bsa: aroma’s van het loof en de
blaadjes van witte bloesem, rauw, en een groenfruitige volle body. Feestelijk
lustig.

Belle Epoque 2007 (50% chardonnay GC, 45% pinot noir GC, 5% pinot meunier 1er Cru) : oudgoudkleurig, saffraan kruidig en vlezige hapklare
neus, spicy-gedroogde mango-verse nootjes in de mond. Stilstaan bij het razende
leven.