Grande Maison Taittinger,
négociant-manipulant met bijna 300ha wijnareaal, is de bewaarder van 1800 jaar
geschiedenis. De krijtkelders, door de Romeinen uitgehouwen in de derde eeuw en
nog steeds in gebruik, werden expliciet vermeld door Unesco. In 2015 werden de
“Coteaux, Maisons et Caves de Champagne” als werelderfgoed erkend.

Meer nog dan geschiedenisbewaarder, is Taittinger ondanks een kort vreemdgaan
in 2005 opnieuw succesvol in familiale handen. Pierre-Emmanuel Taittinger is
zich bewust van deze historische erfenissen en van de eisen van de markt. Hij
betrekt één van zijn twee dochters en zoon nauw bij de commerciële
beslissingen. Dochter Vitalie, letterlijk de verpersoonlijking van de naturel français,
verschijnt steeds vaker op promomateriaal voor de Taittinger champagnes. De
andere dochter Virginie creëerde intussen haar eigen champagne merk.

Ook niet onbelangrijk voor een groep
wijnreizigers: Taittinger zet de deuren open op zondag. Wij waren gezien de
toeloop van bezoekers gezegend met een privé-tour, dankzij de tussenkomst van
invoerder Va.s.co.

Een educatief filmpje visualiseerde de
verstrengeling van aardse en katholieke macht in de middeleeuwen: de hertogen
van regio Champagne wijdden de kerk aan de heilige Nicaise (aartsbisschop in
1231) in de 13e eeuw. Bij opgravingen werden muren van de abdij
ontdekt, vernield tijdens de Franse revolutie, bovenop en naast de tien eeuwen
oudere Romeinse kalksteengroeven. Al die elementen komen terug in de huidige
cuvées: de prestige champagne van Taittinger heet Comtes de Champagne (Thibault
IV is de inspiratie voor de “hertogen”) en 10% van de totale productie trekt de
mousse op fles in de 17 tot 20m diepe crayères. Niet te missen bij een bezoek:
de schachten waarlangs de Romeinen kalksteen opdiepten. Deze werden uiteraard
verstevigd, de vrees voor instorting is ongegrond. Er liggen tenslotte ook
miljoenen champagnes te rijpen, geen miniem detail voor de verzekeringen.

De Cave Saint-Nicaise is
de bezoekruimte, de Cave de la Justice de plaats waar
keldermeester Loïc Dupont en opvolger Alexandre Ponnavoy geen seconde wijken
van de productie: de andere 90% komt ernaartoe voor vinificatie, assemblage,
rijping, dégorgement en expeditie.

We kregen alle tijd om vier
emblematische Taittingers te proeven. Tijd was nodig, om het geweld van de
ontkurking en de koude serveertemperatuur te temperen.

We begonnen met de Prélude des
Grands Crus
, een cuvée gecreëerd in 2000 uit assemblage van 11 GC percelen.
Een gelige schittering en riipe neus (nat krijt, zwavel, vlezig, zanddeeg,
gegrilde nootjes maar ook vers citrussap) verraadden een langere periode sur
lattes. Voor de smaak speelde een hogere temperatuur in het voordeel: we kwamen
bij de eerste proef niet verder dan “citroen/-sap (bitters en zuren), stevige
sprankel op de papillen, vlezig en droog” maar dit harmoniseerde na 15 minuten.

De Brut Réserve, de
klassieker van Taittinger met 40% chardonnay – 35% pinot noir – 25% pinot
meunier uit 35 crus (huidige fles op de markt is voornamelijk 2012), blijft de
fles voor de meerwaardezoeker in de meest vermarkte champagnes. Ook hier komt
de goudgele kleur terug, met iets meer vers exotisch fruit (kiwi, papaya)
rondom gist- en lactische aroma’s. De zachte, sensuele ervaring op de tong is
een bron van complexiteit: fris ongezoet appelsap, gember, peper, evenwicht in
de smaakcirkel en ronduit sexy.

Les Folies de la Marquetterie verwijst naar het Château de la Marquetterie
in Pierry en de vier hectare wijngaard (“Les Folies”) waarvan Taittinger sinds
kort een monocru produceert. Geen assemblages van percelen dus, wel van
druiven. 55% pinot noir op foeders gevinifieerd + 45% chardonnay, vijf jaar sur
lies. Een florale, vette, honing-nat kalkige neus en een mooie dosis ijzer,
gember, gras, rijpe gisten in de mond. Een champagne die nostalgie opwerpt, en
de mond doet wateren.

Comtes de Champagne 2006 werd de afsluiter. De vorm van de fles is een
kopie van het artefact dat werd opgediept uit de middeleeuwse kelders, onder
copyright van Taittinger. Acht tot tien jaar sur lies en onder liège-muselet,
al die jaren tweemaal per week geremueerd. Chardonnay uit vijf Grand Cru Côte
des Blancs-dorpen. Zoals dat gaat met extreem lange gisting: de cordon was
delicaat en beperkt, maar wel persistent. Het boeket van wax, nat krijt,
patisserie met gekonfijte abrikoos en zoute gegrilde nootjes beloofden een
geweldige lange finale in de mond. Een vette en vlezige aanzet lieten
impressies van walnoten door, later van champignons en gedroogde abrikoos.
Twintig minuten later en na herproeving van bovenstaande cuvées kwamen er droge
leisteen en metalen, gember en belegen gouda bovenop. De allerlaatste slok,
voor het verlaten van de privé degustatiezaal, was als van een chartreuse.
Wereldschokkend mooie cuvée die zich niet laat “vangen” door ongeoefende
paletten. Ikzelf sta nog maar aan het begin van mijn champagne-carrière, maar
de Comtes de Champagne hoop ik weldra te kunnen vergelijken met even complexe
genialiteit van vinificatie.

Met dank aan Wim Van Goethem van VAS.CO voor het organiseren van het
privé-bezoek.