Het is april, we slalommen in de Languedoc en op het einde
van de dag zijn we bevroren. We zien onweer, strakke wind vangt onze haren,
straten lopen over, het dakraam van de wagen klettert onder de hagel. Hagel!
Het seizoen slaat genadeloos toe op de beginnende vruchtbaarheid van de
wijnrank. De volgroene knoppen zitten nog strak aan de draagtak in de
Minervois, maar in Picpoul de Pinet openen ze al iets verder. Daar hadden we,
op dag drie van ons geweldig georganiseerde minitrip, de eerste en ook laatste
zonnestraal gezien op het biodynamische veld van Anaïs (dochter) en Yves (vader)
Ricome. (Nog) geen hagel of vries rond Béziers en het Bassin de Thau, wel in
Saint-Chinian. Voorlopig ook geen paniekerige reacties, enkel “de regen komt
wat laat, maar na 6 maanden droogte zijn we tevreden met elke druppel”. Wijnmakers
zijn weerbaar. Hadden ze er tijd voor, ze zouden zalen vol mindfulness kunnen geven.

We waren vier genodigden van het CIVL, het interprofessionele
comité dat de belangen van de Languedoc wijnen behartigt. Ons werd a priori gevraagd
wat we precies wilden (her)ontdekken in de 240.000ha grote regio. Bleek dat bij
ons vier nogal gelijklopend: de bio-tendens, nieuwe appellaties, nieuwkomers in
de gemeentelijke appellaties. Dat we net voor de bloei kwamen, wanneer de
wijngaard op zijn sensueelst geurt, kon het vooruitzicht naar een drukke
vierdaagse door vijf Occitaanse wijnregio’s niet drukken. “We” waren de
gelukzakken Andy De Brouwer (Les Eleveurs in Halle), Julien Stéphant (Etiquette
in Brussel) en Eric Boschman (zichzelf, overal) en ikzelf.

Het CIVL stuurde ons op weg met drie elkaar aflossende
dynamische medewerkers: het eerste teken dat de streek zich na jaren van inperking
van het productieareaal aan het herpositioneren is. Was ook de eerste
boodschap, vlakbij het Canal du Midi, in het Maison du Vin van de Minervois: de
rendementen van de wijnmakers die tot de appellatie (blijven) behoren, liggen
al zo laag, dat niet velen zich aan overproductie kunnen bezondigen. In de Faugères,
de enige appellatie ter wereld die uitsluitend op schisten ligt, hetzelfde
besef: de pejoratieve bijklank als “wijnplas van Frankrijk” (samen met de
Roussillon blijft het wel de grootst producerende wijnregio ter wereld), schudt
de Languedoc van zich af. Andere aandachtspunten van de producenten in de Languedoc:
het bewaarpotentieel en de aantrekkelijke aankoopprijzen (want weinigen
lijken erbij stil te staan dat ook syrah-carignan-grenache-mourvèdre en marsanne-roussanne-picpoul
en de andere lokale druiven stijlvol kunnen verouderen), de vraag of syrah
vloek of zegen is voor de regio, het beschermen van oorsprongsbenaming (piquepoul
heet de druif, Picpoul de Pinet de regio: wat als de Australische “picpoul” op
de Europese markt komt?), het biolabel in een regio die van nature geschikt is
voor druiventeelt, de onderlinge solidariteit en het gedeelde kwaliteitsstreven
binnen de subregionale associaties, respect voor het verlaten van de platgetreden
paden (biodynamische wijnbouw, aanplant regio-vreemde druivenrassen o.a.).

Werden ontmoet,
gesproken, uitgehoord, zeer in waarde geacht: Pujol-Izard, Château l’Amiral (2009!),
Château Tour Boisée, Château Guery (alle Minervois), Mas du Soleilla (La
Clape), Domaine Léon Barral (2004 !), Domaine du Causse Noir, Domaine
Florence Alquier, Château Laurens, Domaine du Météore, Domaine des Prés Lasses/Château
Autignac (alle Faugères), Domaine Turner Pageot (Pézenas), Domaine La Croix Gratiot
(2013 !) Cave de l’Ormarine, Domaine Félines Jourdan (alle Picpoul de
Pinet), Domaine La Madura, Domaine Castigno, Domaine La Maurerie (alle
Saint-Chinian).

Ik wou nog weten hoe het zat met de classificatie van de cru’s:
tot voor enkele maanden telde ik er zeven, omdat de officiële website dat zo
liet vermoeden, maar het werden er steeds minder naarmate de trip vorderde en de
vraag letterlijk gesteld werd. Over
Corbières-Boutenac, La Clape, Minervois-La Livinière lijkt iedereen het eens.
Over Saint-Chinian Berlou, Saint-Chinian Roquebrun, Terrasses du Larzac en Pic
Saint Loup niet.

(Intussen gaf de Middellandse Zee ons nog meer fraais: vers geplukte mosselen en oesters uit het Bassin de Thau, tielle à la sètoise en andere lokale delicatessen in een schandalig gezellige lijst van lokale bistro’s. Wijnschrijven. Het went nooit.)


(foto’s genomen door de reisgezellen en mezelf)